Te aardig
Altijd een lach willen
‘Mijn zoon Johnny heeft me eens geattendeerd op het feit dat ik te áárdig gevonden wilde worden. Ook in mijn werk. Mensen moesten mij lief vinden, dat had ik graag. Die karaktertrek heb ik voor een groot deel losgelaten, maar de vader in
Het zonnetje in huis speel ik eigenlijk te aardig. Ik had hem pesteriger moeten doen. Af en toe is-ie wel een oude zeur, en een zeikerd, maar ze moeten tóch om hem lachen. Dat bedoel ik. Onbewust wil ik toch die lach.’
Geciteerd uit: Rails, december 1996