Altijd bang om voor lul te staan
Bescheidenheid en frustratie
"Ik laat de mensen met rust, wil ze niet lastig vallen. Misschien een verkeerde bescheidenheid. Ik betreur het wel eens dat ik niet openlijker ben, makkelijker een babbeltje maak. Ik ben altijd bang dat ik voor lul kom te staan. Dat ik m'n neus stoot. Dat ze zeggen: 'Wie ben je? Oh, Jòòòhn! Dàààg! Leuk, ja...' en je dan je rug toekeren. Dat je daar zo stáát. In de schouwburg kijk ik altijd strak naar het doek. Zeg geen mensen gedag, want dan ben ik bang dat ze denken dat ik een ander groet. Dat is nou mijn frustratie. Dom eigenlijk; ik zou eigenlijk veel aardiger tegen de mensen kunnen zijn. Maar ik dùrf het gewoon niet."
Geciteerd uit: Haagse Post, 23 juni 1984