27|4|1921 - 13|11|2014
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Feike Boschma

Feike Boschma

Publiciteitsfoto van de voorstelling ‘Feike’.
Publiciteitsfoto van de voorstelling ‘Feike’. Foto: Emilio Brizzi, Tet Lagemaat. Collectie: Theater Instituut Nederland.
"Meestal begint het met een lapje, een lapje dat ik mooi vind vanwege de kleur, het materiaal, de manier waarop de stof valt. Bij zo'n lapje hoort naar mijn gevoel een bepaalde beweging en die dicteert mij vervolgens het verhaal. Ik vind het nog steeds een uitdaging, dat spel van kleur en beweging, de spannende effecten die je bijvoorbeeld kunt oproepen door een lapje in een tere kleur heel snel te bewegen, de geagiteerde sfeer die je dan creëert. Of de contradictie van het sjaaltje in een felle kleur dat zich heel loom gedraagt." (Geciteerd uit: De Telegraaf 17 november 1990)
 
Hoewel er in de jaren twintig van de vorige eeuw belangstelling ontstond voor marionetten- en schimmenspel als kunstvorm, zou het poppenspel nog lang een marginale positie innemen in het Nederlandse theaterlandschap. Feike Boschma moest zich de kunst dan ook zelf eigen maken, ondergedoken tijdens de Tweede Wereldoorlog, voor een spiegel in de Friese boerderij waar hij geboren was. Uit verveling maakte hij van lapjes stof uit de doos van zijn kunstzinnige moeder de ooievaar en de vos uit de fabels van Jean de La Fontaine. "Ik stond ermee voor een spiegel en ontdekte dat het veel leuker was dan ik had gedacht. Die popjes schenen te leven. Verbijsterend. Ik dacht: hoe kan dat nou, ik heb het toch gemaakt." (Geciteerd uit: Brabants Dagblad 20 november 1990)
 
Foto gemaakt tijdens de opnamen van de film ‘Het gaat om de beweging’.
Foto gemaakt tijdens de opnamen van de film ‘Het gaat om de beweging’. Foto: Roel Bogaards. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Toen hij na de oorlog contact zocht met collega’s in de Randstad, merkte hij tot zijn eigen verbazing dat hij als een vernieuwer werd gezien. Hij gebruikte namelijk geen tekst en speelde niet met traditionele handpoppen of marionetten. Eigenlijk bestonden zijn poppen voornamelijk uit lucht: transparante en lichte lappen textiel, die hij met wat houtjes en draadjes zo liet bewegen dat ze de illusie van een volledig personage opriepen. "De illusie moet uit de beweging komen", hield hij zijn collega’s dan ook steevast voor.
 
Aanvankelijk bestonden Feike Boschma’s optredens uit korte, losse nummers, die hij ook in de cabaretprogramma’s van Wim Sonneveld en Wim Kan liet zien. Daarbij werkte hij onder anderen samen met de komische danseres Cilli Wang en de beeldend kunstenaar Peter Struyken. Zeer succesvol was zijn deelname aan een aantal programma’s van het gezelschap Funhouse, opgericht door de mimespeler Rob van Houten.
 
Samen met Van Houten bedacht Boschma een hele reeks acts die hem in de recensies de bijnaam ‘de magiër’ of ‘de tovenaar’ opleverden. In Funhouse repeat (1969) was dat bijvoorbeeld ‘Apollo 11’, de naam van de raket die in 1969 de eerste mensen op de maan bracht. Het ging om een nummer waarin een theepot kopjes volschonk terwijl ondertussen het aftellen begon. Bij ‘ignition’ bewoog een kopje zich zacht trillend omhoog, tot het stopte en zich in een horizontale baan ging bewegen om tenslotte leeggedronken te worden door Van Houten. Beroemd werd ook het nummer waar in een broodje een rat opeet (Funhouse Horror, 1971).
 
Beeld uit de voorstelling ‘De rode sjaal’.
Beeld uit de voorstelling ‘De rode sjaal’. Foto: Marijke Mooy. Collectie: Theater Instituut Nederland.
In de soloprogramma’s die Feike Boschma in de jaren tachtig maakte, thematiseerde hij onder meer de relatie tussen poppenspeler en pop. Boschma schakelde zichzelf daarbij nadrukkelijk in. In een scène in De rode sjaal – een programma dat in 1981 op het Holland Festival te zien was – ontnam Boschma een pop een rood sjaaltje, dat later enorm uitvergroot terugkeerde om hem te wurgen. In A romance in many dimensions (1989) was Boschma een poppenspeler die verliefd werd op een eigen creatie: een dame die hij in een oogwenk tevoorschijn toverde uit een kruishout, een roze vitrage en een breedgerande hoed. Zij verkoos echter een andere pop, ook door Boschma gemaakt en bewogen.
 
In 1983 kreeg Feike Boschma door de Nederlandse Vereniging voor het Poppenspel de Wim Meilinkprijs uitgereikt, onder meer vanwege zijn grote invloed op collega-poppenspelers. Namen die later in dit verband genoemd zijn, zijn onder anderen die van Henk Boerwinkel, Hinderik de Groot en Jozef van den Berg. Daarbij was Boschma ook steevast betrokken bij initiatieven om de positie van de poppenspeler en het poppenspel te versterken. Hij was medeoprichter van de Kring van Nederlandse Poppenspelers (1954) en heeft zijn opvattingen over poppentheater in verschillende publicaties vastgelegd. Op deze website vindt u een overzicht van werk en leven van Feike Boschma.
  • Biografie
    De lapjeskist die zijn moeder op zolder bewaarde, bleek achteraf gezien de bron voor Feike Boschma's carrière als poppenspeler.  
  • Repertoire
    Hier vindt u een overzicht van de voorstellingen die Feike Boschma maakte.   
  • Radiointerview 'Een leven lang'
    Hier kunt u fragmenten uit of het hele gesprek beluisteren dat journaliste Corinne Hemink-van den Hoeven in 1991 met Feike Boschma voerde voor het NOS-radioprogramma 'Een leven lang'.  
  • Video
    Onder deze knop vindt u een aantal fragmenten waarin u Feike Boschma aan het werk kunt zien.  
  • Volgens Feike Boschma
    In de loop van zijn carrière heeft Feike Boschma regelmatig meegewerkt aan interviews voor kranten, tijdschriften, boeken, radio en televisie. Hieronder kunt u enkele van zijn uitspraken en gedachten lezen.   
  • Volgens anderen
    Hieronder spreken enkele vakgenoten zich uit over de kracht en het talent van Feike Boschma.  
  • Colofon
    Aan de website over Feike Boschma werkten de volgende personen en organisaties mee.  

 
Foto uit ‘A romance in many dimensions’. Foto: Emilio Brizzi. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Foto uit ‘A romance in many dimensions’. Foto: Emilio Brizzi. Collectie: Theater Instituut Nederland.
 
Alleen in Feike Boschma
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030