Volgens Meint Visser
Een dromerig stadsjoch
Meint Visser was één van de zeven kinderen van het Friese gastgezin Visser waar Rudi van Dantzig als elfjarige jongen in de hongerwinter terechtkwam. Meint herinnert zich jaren later:
"We hebben het goed uitgebuit dat hij kwam. Dan hadden we er eentje bij die ook wat kon doen. Stront rapen. We hadden achter de wei een paar schapen staan en iedere ochtend moesten de kinderen stront rapen met een kolenschop. Rudi zat altijd te dromen, dus die kwam als laatste naar buiten en dan had hij de slechtste schop, de schop zonder steel. Hij was een echt stadsjoch, hij vond het smerig. Die stront gooiden we op een hoop, dat was mest voor het voorjaar, dan werd het gras lekker vet."
Geciteerd uit: Spiegels. Interviews en reportages van Jan Brokken (Amsterdam 1993)