Volgens Merel Laseur
Over het fenomeen en wonder Mary Dresselhuys.
'De waardering voor haar carrière, maakte de laatste jaren plaats voor bewondering voor het fenomeen; dik in de negentig en dan nog... vul maar in. Van deze vaak wat ongezonde belangstelling werden we tenslotte wel lichtelijk kribbig. Mamma helemaal niet, voor geen meter, maar Petra en ik wel. Wij noemden dat 'hoest'. Mensen kwamen op je af, kusten je op beide wangen, keken je aan en vroegen dan: 'Hoest met moeder?' Ook wildvreemden. In winkels, fluisterend in de tram, of juist hardop in de overvolle dames-wc van Carré: 'Hoest met Moeder?'
Maar die totale aanbidding van half Nederland voor deze reservekoningin was natuurlijk ook niet voor niks. Ik denk dat ik haar dood ervoor nodig had om me dat weer te realiseren. Toen we verlost waren van de verantwoordelijkheid en van de constante zorgen om haar, kon ik ineens erg trots zijn op al die overstelpende aandacht, op al die kolommen op de voorpagina's, op die hele dag Mamma op alle televisiezenders. We zaten aan de keukentafel met al die kranten, en ineens realiseerde ik me dat ze toch eigenlijk een wonder was geweest.'
bron: Mary Dresselhuys. De Grande Dame van het Nederlandse toneel, Tonko Dop en Hilde Scholten (Terra Lannoo 2005)