Volgens Petra Laseur
Over de samenwerking met haar moeder.

Geleerde Dames uit 1959 waarin Petra Laseur haar debuut maakt. Op de voorgrond Mary Dresselhuys en Petra Laseur. Foto: Frits Lemaire/MAI. 'De samenwerking met Mamma was niet echt een vreugde te noemen. Na iedere voorstelling hoorde ik wat er verkeerd was. Als actrice kon ik niet veel goed doen. Ooit zei ze - toen we aan het praten waren over het fenomeen toneelfamilies - langs haar neus weg: 'Schat, je moet maar denken, talent slaat een generatie over.'
Ik weet nog goed dat ik
De Kaukasische Krijtkring onder regie van Hans Croiset repeteerde. Omdat ik zo enthousiast was over die repetities vroeg Mamma of ze eens mocht komen kijken. Hans nodigde haar uit voor de generale. Na afloop heeft ze hem opgebeld om te vertellen dat ie alles om moest gooien. Hij had het stuk totaal verkeerd begrepen, zei ze. En ik kreeg natuurlijk ook de nodige telefoontjes.
Op de première voelde ik me niet lekker, heel zweverig en raar. Ik heb die voorstelling gewoon gespeeld, maar na afloop moest er wel een dokter komen. Het bleek hyperventilatie - nooit van gehoord, in die tijd. Een plastic zakje deed wonderen. 'Of ik hier wel vaker last van had?' Nee dus. Een paar dagen later dacht ik aan de opbeurende telefoontjes van Mamma. Toen ik haar later eens met dit hele verhaal confronteerde, zei ze: 'Ach God schat, wat een ónzin!'
bron:
Mary Dresselhuys. De Grande Dame van het Nederlandse toneel, Tonko Dop en Hilde Scholten (Terra Lannoo 2005)