Over zijn ziekte
Merken ze het?
“Koorts, elke avond. Zenuwen die daardoor overprikkeld waren tot het uiterste. Steeds die angst: ik kan niet meer. Ik kan niet. Merken ze het? Ze zullen niets merken! Rust. Kalm ademen. Eén, twee. In, uit. Soms gleed ik neer, hield me vast aan het gordijn als het optreden voorbij was. De man aan de touwen kon niet ‘halen’ en je kon de verwondering van het publiek in het applaudisseren horen. Dan lag ik in mijn kleedkamer, nam druppels en sidderde voor het ogenblik dat ik weer voor de gordijnen moest.”
Geciteerd uit: PS, Wim Ibo, 7 september 1960