Volgens Henk van Ulsen
'Hij had een waanzinnig talent voor de kwaadaardige kant van het bestaan'
'Juist in dat zoeken naar al die mensen om hem heen zat een diepe grond van eenzaamheid. Kko is altijd een 'alleen kind' gebleven. Als hij dat speelde, dat eenzame kind, was hij ook op z'n best. Dan kon hij verschrikkelijk ontroeren. Hij voerde een gevecht in zijn bestaan, een strijd voor zijn 'zijn als Van Dijk'. Die strijd vocht hij uit op het toneel. Hij wilde op eigen kracht aan de aarde ontstijgen.
Ko voelde zich getergd door wat er in het leven gebeurt, gekweld. Dat riep een tegenkracht bij hem op die beslist malicieus genoemdkan worden. Hij had een waanzinnig talent voor de kwaadaardige kant van het bestaan. Zoals hij Frank de Vijfde speelde, op een Brando-achtige manier. Die godfather-kant had hij heel sterk, een mafiose superioriteit.
(...)
Wanneer hij je een matig acteur vond, probeerde hij je op het toneel bewust te verpletteren. DAt was een heel kwaadaardige kant van Ko. Hij kon je op het toneel zo enorm laatdunkend aankijken, dat je als acteur verschirkt dacht: 'Wat is er mis met mij?'
geciteerd uit: HP/De Tijd 20 december 1991