Over doorspelen tijdens de Duitse bezetting
Juist toen waren de theaters vol met gewone burgers van Amsterdam.
Tijdens de oorlogsjaren had Ko van Dijk een engagement bij het Centraal Tooneel van Cees Laseur. Zoals zoveel acteurs in die tijd, meldde hij zich aan bij de Kultuurkamer.
'Maar persoonlijk ben ik er nog steeds van overtuigd, dat wij met het dóórspelen niet iets gedaan hebben waarover we ons moeten generen, ik zou niet weten waarover. Integendeel. Zelden waren de theaters zó vol met de gewone burgers van Amsterdam. In die tijd hàd je toch niets? Je zat alleen maar in de sores en in de ellende en wij speelden blijspelen en men was dolblij, dat men tot '43 naar de schouwburg kon. Daarna kon het bijna niet meer: d'r was geen licht meer, geen verwarming meer, niks meer... je kon zelfs niet meer op straat, dus toen is het opgehouwen. Laseur heeft ons toen doorbetaald en zo zijn wij die laatste tijd van de oorlog doorgekomen.'
(geciteerd uit interview door Joop van den Broek met Ko van Dijk voor het Troskompas, 1967)

Ko van Dijk tijdens de bezettingsjaren 1941-1943. Collectie Peter-Jan van Dijk.

Ko van Dijk tijdens de bezetting in 1942. Collectie Peter-Jan van Dijk.