Volgens Caroline de Westenholz
'Met Ellen kun je urenlang praten en lachen, en je kon met haar flink doorzakken.'
Caroline de Westenholz' moeder hertrouwde in 1960 met Albert Vogel, Ellen Vogels broer, en hij werd daarmee stiefvader van de zesjarige Caroline. Later publiceerde ze verschillende artikelen over Couperus en promoveerde ze in 2002 aan de universiteit van Amsterdam op een biografie over de voordrachtskunstenaar
Albert Vogel Sr., de vader van Albert en Ellen Vogel.
'Ellen is eigenlijk heel verlegen en onzeker. Ze is als de dood voor mensen die haar op straat aanspreken om te zeggen hoe goed ze haar vonden spelen. Dat vindt ze eng. Als ze dan wat afstandelijk doet, komt dat door haar verlegenheid. Tegelijkertijd is ze een echte doerak. Met Ellen kun je urenlang praten en lachen, en je kon met haar flink doorzakken.
Na een première was ze niet naar bed te krijgen. Lekker stout ook, open voor alles wat spannend is in het leven. En nog steeds hoor. Ik zat laatst in een brasserie met haar te lunchen. Er loopt een jongeman langs onze tafel, met een donkere huidskleur, Indisch bloed waarschijnlijk. Ellen houdt opeens op met praten, kijkt die jongen na en zegt tegen mij: ‘Mmm, mooie jongen.’ En dat voor een tante van bijna vijfentachtig …'
Geciteerd uit:
Ellen Vogel. Een hommage van Tonko Dop en Anneke Muller (Terra Lannoo 2007)