Volgens Caroline de Westenholz
'Ellen lijkt wel weggelopen uit een Couperus-roman.'
Caroline de Westenholz' moeder hertrouwde in 1960 met Albert Vogel, Ellen Vogels broer, en hij werd daarmee stiefvader van de zesjarige Caroline. Later publiceerde ze verschillende artikelen over Couperus en promoveerde ze in 2002 aan de universiteit van Amsterdam op een biografie over de voordrachtskunstenaar
Albert Vogel Sr., de vader van Albert en Ellen Vogel.

Het huis aan de Frankenslag in Den Haag. Collectie Ellen Vogel. 'Ellen lijkt wel weggelopen uit een Couperus-roman. Ook in haar vroege jeugd was er iedere zondag een soort familietafereel, net als in
De Boeken der Kleine Zielen, waarbij familie en vrienden in Ellens huis aan de Frankenslag welkom waren.
Maar ook innerlijk is Ellen een Couperus-personage. Het belangrijkste thema van zijn werk zit in haar verankerd. En dat is de invloed van Oosterse filosofieën; dat het leven niet maakbaar is en dat wij allemaal maar hele kleine pionnetjes zijn in de heerschappij van het noodlot. Albert Vogel junior formuleerde dat eens als een botsing tussen je capaciteiten en je ambities. We willen iets, maar er zijn altijd beperkingen. Ga je te ver, dan krijg je het lid op de neus. Dat zie je in alle boeken van Couperus terug, het geworstel daarmee. Leer je ermee leven, dan kun je je lot overstijgen, en word je een grote ziel. Die wijsheid zat in de familie Vogel ingebakken.
Ellen heeft daarnaast ook iets mystieks in zich. Ze heeft voorgevoelens, en erkent het bestaan van goena-goena. Ze kwam eens in een huis in Ierland waar ze nog nooit was geweest. Maar ze wist zeker dat ze het huis kende, het voelde als bekend terrein. Ze gaat een van de kamers in en daar staat een boekenkast vol Couperus. Bleek dat daar de weduwe van Henri van Booven woonde, de biograaf van Couperus.'
Geciteerd uit:
Ellen Vogel. Een hommage van Tonko Dop en Anneke Muller (Terra Lannoo 2007)